Waarheidsvinding

Het gebeurt maar zelden dat verdachten al bij hun aanhouding ontlastend beeldmateriaal kunnen overleggen aan de politie dat hen vrijpleit. Toch was dit het geval bij een cliënte die op een avond als verdachte van mishandeling van haar buurvrouw werd aangehouden door de politie. Cliënte was door haar buurvrouw naar buiten gelokt door bij herhaling aan het scheidingshekje tussen beide woningen te sjorren. Cliënte had haar mobiele telefoon in de opnamemodus gezet en legde aldus het hele incident vast op camera, in beeld en geluid.

Op een gegeven moment loopt die buurvrouw in de richting van cliënte, om op minder dan een meter afstand van haar plotseling halt te houden. Cliënte zwenkt met haar camera even naar rechts en het volgende moment horen we de buurvrouw roepen dat ze midden in haar gezicht is geslagen door cliënte. De beelden tonen dit niet, maar uit het ontbreken van enig hoorbare reactie zijdens de buurvrouw – een pijnreactie, een kreet van ontzetting of verbazing, dan wel anderszins – valt op te maken dat ze geenszins geraakt is. Ook grijpt ze geen moment naar haar “getroffen” neus.

Uiterlijk onbewogen draait de buurvrouw zich vervolgens om naar twee mannen, die zichtbaar achter de voordeur van de woning van de buurvrouw vandaan zijn gekomen en beveelt een van hun de politie te bellen. Cliënte is verbijsterd maar wordt even goed meegenomen naar het politiebureau, waar ze de nacht moet doorbrengen en nadien verhoord wordt.

Op zitting wordt de buurvrouw onder ede gehoord, evenals een pakketbezorger, een van de mannen die uit de woning waren gekomen na het vermeende incident. De buurvrouw blijft erbij dat ze geslagen is door cliënte. De pakketbezorger bevestigt dat, hoewel hij blijkens de camerabeelden aantoonbaar pas ten tonele verschijnt wanneer de buurvrouw terugloopt in de richting van haar woning, alwaar beide heren achter de voordeur vandaan tevoorschijn komen, ná het beweerde incident.

De verdediging verzoekt de politierechter tot drie keer toe om de camerabeelden op zitting te vertonen in het kader van de waarheidsvinding, maar deze weigert even zovele keren hieraan gevolg te geven. De rechter volstaat met verwijzing naar het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant die de 1 minuut en 37 seconden durende opname heeft uitgelezen. Van het argument van de verdediging dat de beelden anders uitwijzen dan de verbalisant heeft genoteerd, is de politierechter niet onder de indruk. Hij hamert de zaak af met de slotsom guilty as charged! Er rest de verdediging niets anders dan hoger beroep aan te tekenen tegen dit vonnis van de politierechter.

                                                                                                                      Ruut Verhoeven